Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:77.

Als tweede klacht wordt aangevoerd dat de rechtbank blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting door er van uit te gaan dat het in de Faillisementswet opgenomen stelsel van verificatie van vorderingen en de in dat kader in de artikelen 126 en 196/197 Fw ten behoeve van de failliet getroffen voorzieningen niet toelaten dat de gefailleerde voorafgaande aan de verificatievergadering een beleidsbeslissing van de Curator ten aanzien van een beroep door hem op verjaring op de voet van artikel 69 Fw bij de rechter-commissaris ter discussie stelt en bij afwijzing van een daartoe strekkend verzoek hoger beroep instelt op de voet van artikel 67 Rv. Daarbij wordt nog opgemerkt dat het tot de rechter-commissaris gerichte verzoek niet ziet op een inhoudelijke betwisting van bepaalde vorderingen, maar op de prealabele vraag of de vorderingen van de betreffende schuldeisers nog wel bestaan. Met de tweede klacht is nauw verbonden de derde klacht . Hiermee wordt als onjuist dan wel als onbegrijpelijk bestreden het oordeel van de rechtbank, dat strekt tot nadere onderbouwing van het met de tweede klacht bestreden oordeel en dat inhoudt dat de gefailleerde na het einde van haar (tweede) faillissement tegen de beslissing van de Curator om geen beroep op verjaring te doen kan opkomen door het instellen van een vordering tegen de schuldeisers tot terugbetaling van de uitgekeerde rentevorderingen als onverschuldigd betaald en/of tegen de Curator tot vergoeding van de schade wegens het ten onrechte zich niet beroepen op verjaring van de rentevorderingen. De klacht wordt onder meer met het volgende nader toegelicht. Bij de eerste vordering speelt, afgezien van het grote aantal schuldeisers, het probleem dat de terugvordering van de uitbetaalde rente afstuit op het uitbetaald zijn van de rente ter voldoening van een na de verjaring overgebleven natuurlijke verbintenis. Bij de tweede vordering is de niet onaanzienlijke horde te nemen van de restrictieve regeling van de aansprakelijkheid van een curator voor schade. Een en ander heeft de rechtbank miskend, althans heeft de rechtbank ten onrechte niet in zijn motivering betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83, en de alinea staat in dat document op bytes 35166 tot 37394.