Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:77.

Deze klacht roept de vraag op hoe de artikelen 69 en 67 Fw zich verhouden tot de artikelen 119 lid 1 en 122 Fw. Voor wat de twee schuldeisers betreft, geldt ook dat artikel 69 Fw zelf, naar zijn bewoordingen en bedoeling ervan gemeten, niet er aan in de weg staat dat de twee schuldeisers ter behartiging van hun belangen bij de rechter-commissaris op de voet van dat artikel de beleidslijn van de Curator ten aanzien van het beroep op verjaring bij de rentevorderingen ter discussie stellen. Maar ook hier gaat het er om of in de voor een schuldeiser getroffen voorzieningen van betwisting van een vordering van een andere schuldeiser en het voeren van een renvooi-procedure een zodanige bescherming van de schuldeisers is gelegen dat het onthouden aan hen van het volgen van de weg van de artikelen 69 en 69 Fw gerechtvaardigd is te achten. Meer in het algemeen gesproken zal het gewenst zijn dat een schuldeiser, die bezwaar heeft tegen het meedelen door een andere schuldeiser in de faillissementsboedel, voor het laten beoordelen van dat bezwaar een beroep doet op de in de artikelen 119 lid 1 en 122 Fw voorziene regeling. Met het toepassen van die regeling wordt immers bewerkstelligd dat de schuldeiser, wiens vordering wordt betwist, zelf direct bij de gerechtelijke afwikkeling van de betwisting is betrokken. De belangen van de betrokken schuldeisers kunnen zo op basis van hoor en wederhoor worden beoordeeld. Het helemaal afsluiten van de weg van de artikelen 69 en 67 Fw voor een schuldeiser komt intussen ook niet gewenst voor. Indien blijkt dat een curator ter zake van het wel of niet voorlopig erkennen van vorderingen of op een ander punt een koers volgt die duidelijk onjuist en schadelijk voor een schuldeiser is te achten, dan kan een vroegtijdig ingrijpen van de rechter-commissaris wenselijk blijken te zijn. Die situatie zal zich, naar verwachting, niet snel en daarmee ook niet vaak voordoen. In de toelichting op de tweede klacht wordt ook geen beroep op een dergelijke situatie gedaan. De tweede klacht, zo is de slotsom, slaagt niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83, en de alinea staat in dat document op bytes 47318 tot 49395.