Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:775.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan dat vermoeden bij de verdachte inderdaad niet volgen. Wel volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen dat verdachte op 17 maart 2013 driemaal bij de woning van de moeder van aangeefster is geweest en heeft aangebeld (bewijsmiddel 9) en dat verdachte op 15 oktober 2013 daar voor de deur stond en tegen de voordeur schopte of bonkte (bewijsmiddel 5, 10, 11). Ten overvloede wijs ik er wel op dat men iemand kan belagen door een derde lastig te vallen. Belaging kan zich indirect richten tegen het slachtoffer door derden te treffen, waardoor de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer indirect wordt aangetast. Indien een verdachte zich opdringt aan anderen die deel uitmaken van de familie of vriendenkring van het slachtoffer, kan het slachtoffer daarvan in zijn persoonlijke relaties de weerslag ondervinden. Deze persoonlijke relaties kunnen onder druk komen te staan door de acties van verdachte. Niet nodig is dus dat de verdachte zich direct richt tegen het beoogde slachtoffer. Zelfs kan het benaderen van willekeurige derden onderdeel uitmaken van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Of verdachte al dan niet wist dat zijn ex zich in haar moeders woning bevond toen verdachte zich daar ophield is dus voor belaging irrelevant, mits zijn gedragingen de strekking hadden om - indirect - de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer onder druk te zetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79e592807e613f296332270037d7303d4de568e2db47b7a67cd4a774972e7077. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79e592807e613f296332270037d7303d4de568e2db47b7a67cd4a774972e7077, en de alinea staat in dat document op bytes 31706 tot 33266.