Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016

Onder 5.3. Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:775.

Vooropgesteld moet worden dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, Sr van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Met betrekking tot de stelselmatigheid van het vertoonde gedrag, schreef mijn ambtgenoot Hofstee dat deze van dien aard moet zijn dat zij de gedragingen, objectief beschouwd, een indringend karakter geeft. Zo kan een veelheid van gedragingen die elk op zichzelf beschouwd slechts zijn aan te merken als een geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, door de voortdurende herhaling of opstapeling toch als een stelselmatige inbreuk worden gekwalificeerd. Anderzijds sluit een geringe duur en frequentie van de gedragingen het bestaan van de vereiste stelselmatigheid niet uit, indien door de intensiteit van de gedragingen sprake is van een zeer indringende inbreuk en invloed op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79e592807e613f296332270037d7303d4de568e2db47b7a67cd4a774972e7077. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79e592807e613f296332270037d7303d4de568e2db47b7a67cd4a774972e7077, en de alinea staat in dat document op bytes 37757 tot 39163.