Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016

Onder 3.4.3. Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:78.

De vraag òf [verweerster] al dan niet voldoende omstandigheden heeft gesteld voor een terecht beroep op art. 2:8 lid 2 BW is echter in zoverre niet relevant dat [verweerster] naar het oordeel van het hof met een beroep op het bepaalde in art. 2:8 lid 2 BW niet kan bewerkstelligen dat zij ondanks het niet vernietigd zijn van het besluit vergoeding van schade kan vorderen als ware sprake van een (ver)nietig(d)e opzegging. Met een beroep op art. 2:8 lid 2 BW kan een bij de rechtspersoon betrokkene slechts bewerkstelligen dat een krachtens het besluit geldende regel ondanks de rechtskracht van het besluit jegens hem buiten toepassing wordt gelaten. Het hof verwijst naar de memorie van toelichting bij het betreffende wetsartikel: “Art 2:8 lid 2 bevat een toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Het stemt wat dit betreft overeen met de leden 2 van art. 6:2 en 6:248. Het is vooral van belang omdat art. 2:15, anders dan art. 11 (oud), niet de mogelijkheid kent van een beroep op vernietigbaarheid van een onbillijk werkend besluit bij wijze van verweer (....)” (MvT, Kamerstukken II 17 725, nr. 1-3, p. 58).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c3d6ddfa2598d6c67d00bca94a4228df9ed4c8f5f9cc071cc66593856f2c10d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c3d6ddfa2598d6c67d00bca94a4228df9ed4c8f5f9cc071cc66593856f2c10d, en de alinea staat in dat document op bytes 19856 tot 21054.