Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:78.

Het Hof had de aangevoerde opzeggingsgronden dus uitdrukkelijk in zijn beoordeling moeten betrekken. Uit het bestreden arrest blijkt niet dat het Hof dit heeft gedaan. Als de opzegging gedragen kan worden door één of meer van deze opzeggingsgronden, kan de omstandigheid dat zij abrupt was en dat andere motieven daarbij ook een rol hebben gespeeld niet, of in elk geval niet zonder meer, de door het Hof getrokken slotsom rechtvaardigen dat de abrupte beëindiging van het lidmaatschap van [verweerster] in strijd met het bepaalde in art. 2:8 lid 1 BW en daarmee onrechtmatig was. Dat brengt mee dat de onderdelen 2.2, 2.3 en 2.4 slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c3d6ddfa2598d6c67d00bca94a4228df9ed4c8f5f9cc071cc66593856f2c10d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c3d6ddfa2598d6c67d00bca94a4228df9ed4c8f5f9cc071cc66593856f2c10d, en de alinea staat in dat document op bytes 39448 tot 40236.