Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 7.12.1. Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:784.

Daartoe wijst het Hof naar het gestelde in de motivering van het hogerberoepschrift van de Inspecteur d.d. 23 juli 2009 inzake de navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting over het jaar 1999 van belanghebbende, in het bijzonder hetgeen aldaar onder 4.2.4 is vermeld. Het Hof is van oordeel dat de aldaar gestelde feiten en/of omstandigheden door belanghebbende niet, dan wel in onvoldoende mate, zijn weersproken. Het vorenstaande dient met inachtneming van de omkering en verzwaring van de bewijslast te worden beoordeeld. Het Hof neemt deze feiten als hier herhaald en ingelast tot uitgangspunt voor zijn beoordeling van de feitelijke positie en rol van [D] in het complex van vennootschappen en entiteiten in het algemeen en ten opzichte van belanghebbende in het bijzonder.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/828c0fc426fada85e61926c708b6cdf3df8f489145399946bc9818809bee058e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 828c0fc426fada85e61926c708b6cdf3df8f489145399946bc9818809bee058e, en de alinea staat in dat document op bytes 45605 tot 46398.