Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:784.

Uit de formulering van het geschil door het Hof volgt dat in de onderhavige procedure in geschil was of (i) op grond van artikel 27e, onderdeel b, AWR de omkering en verzwaring van de bewijslast moest worden toegepast, (ii) belanghebbende met behulp van een vaste inrichting of vertegenwoordiger in Nederland een onderneming heeft gedreven dan wel in Nederland resultaat uit overige werkzaamheid heeft behaald en daar geregeld over een vast middelpunt beschikte dan wel een in Nederland belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang had, en (iii) belanghebbende in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting kon worden betrokken voor het met de [G] -transactie behaalde voordeel (hierna ook wel: het voordeel). Meer in het bijzonder was in geschil wie het voordeel heeft, of hebben, genoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/828c0fc426fada85e61926c708b6cdf3df8f489145399946bc9818809bee058e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 828c0fc426fada85e61926c708b6cdf3df8f489145399946bc9818809bee058e, en de alinea staat in dat document op bytes 27718 tot 28523.