Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:786.

De rechter die oordeelt in een latere procedure zal zich daarom moeten onthouden van uitlatingen en gedragingen die, gelet op de bewoordingen daarvan, twijfel oproepen over de juistheid van een vrijspraak van hetgeen de verdachte in de strafprocedure werd verweten. Bijvoorbeeld uitlatingen over de verwijtbaarheid van de gewezen verdachte of de feitelijke vaststelling van alle bestanddelen van de strafbare gedraging die de gewezen verdachte werd verweten. Daarnaast zal ook een bestuursorgaan een vrijspraak in ogenschouw moeten nemen bij een eventuele executie van een reeds onherroepelijk geworden (en met de strafprocedure samenhangende) uitspraak indien die handelingen twijfel zouden oproepen over de juistheid van de vrijspraak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162, en de alinea staat in dat document op bytes 147537 tot 148543.