Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Onder 5.18 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:786.
In r.o. 7.9 overweegt het Hof voorts dat het ‘op basis van al hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd tot het oordeel [komt] dat indien al de beweerdelijke inbreng van het aandeel [A] heeft plaatsgevonden dit geen wijziging heeft gebracht in de beschikkingsmacht van belanghebbende over dit aandeel’. Uit de daarop volgende r.o. 7.10 voegt het Hof daar aan toe ‘dat Spf [EE] voor de heffing van de inkomstenbelasting in de relatie tot belanghebbende niet als een zelfstandige entiteit/rechtspersoon kan worden aangemerkt.’ Redengevend daarvoor is dat belanghebbende over het vermogen van SPF [EE] in economische en fiscaalrechtelijke zin zou kunnen beschikken als ware het zijn eigen vermogen. Hetgeen onder meer zou volgen uit de verslagen van de gesprekken die namens de Belastingdienst met de (indirecte) ‘bestuurder’ van SPF [EE] zouden zijn gevoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162, en de alinea staat in dat document op bytes 191186 tot 192074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162 | shasum -a 256