Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:786.

Uit de formulering van het geschil door het Hof volgt dat in de onderhavige procedure geschil was of (i) op grond van artikel 27e, onderdeel b, AWR de omkering en verzwaring van de bewijslast moest worden toegepast, (ii) belanghebbende met behulp van een vaste inrichting of vertegenwoordiger in Nederland een onderneming heeft gedreven dan wel in Nederland resultaat uit overige werkzaamheid heeft behaald en daar geregeld over een vast middelpunt beschikte dan wel een in Nederland belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang had en (iii) belanghebbende in de heffing van Nederlandse inkomstenbelasting kan worden betrokken voor a) het met de [HH] -transactie behaalde voordeel, b) het rentevoordeel uit hoofde van de lening aan [BBB] , c) het rentevoordeel uit hoofde van de lening aan [DDD] en d) de huur ter zake van de verhuur van de onroerende zaak aan de Rijnhaven aan [CCC] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 398f731b3bfad8b4556c9fabf9a26c25fe2957e71ee46a05082e4fb5d0eee162, en de alinea staat in dat document op bytes 26508 tot 27405.