Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 7.25.6. Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.

In het verlengde van het hiervoor overwogene merkt het Hof nog op dat ten aanzien van de navorderingsaanslag IB over het jaar 1999 deze binnen de reguliere termijn van vijf jaar is vastgesteld. Voor zover belanghebbende strekt te betogen dat de Inspecteur wel een rechtens te sanctioneren gebrek aan voortvarendheid met betrekking tot het vaststellen van de navorderingsaanslag IB over het jaar 1996 kan verweten, merkt het Hof het volgende op. In maart 2003 is een gerechtelijk vooronderzoek van start gegaan. Indien veronderstellenderwijs moet worden uitgegaan van het feit dat de Inspecteur tot 30 december 2004 geen verdere actie heeft ondernomen kan dat in het licht van het vorenstaande niet als onverklaarbaar worden beschouwd. Anders dan in 10.7 van zijn pleitnota wordt gesteld heeft belanghebbende - op wiens weg dat ligt - zijn stelling niet met feiten en/of omstandigheden gestaafd dat de Inspecteur over voldoende gegevens beschikte om deze beide aanslagen op te leggen, laat staan daarvan een in redelijkheid de hoogte daarvan te kunnen bepalen. Het Hof acht derhalve geen termen aanwezig om de navorderingsaanslag IB over het jaar 1996 te vernietigen. Ook in zoverre faalt het hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 61613 tot 62831.