Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.
Anders dan belanghebbende lijkt te betogen, betekent dat niet dat na vrijspraak in een strafprocedure, in de samenhangende fiscale procedure in het geheel niet (langer) over het voorliggende feitencomplex mag worden geoordeeld, of dat een inspecteur steeds gehouden zou zijn de aanslagen in te trekken. Het nationale fiscale recht kent een eigen procesrecht op grond waarvan de belastingrechter zelfstandig dient te beoordelen welke feiten als vaststaand kunnen worden aangenomen, zonder dat hij is gebonden aan een oordeel van de strafrechter over hetzelfde feitencomplex. De rechtspraak van het EHRM lijkt daar in beginsel niet aan in de weg te staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 152027 tot 152821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33 | shasum -a 256