Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.
De vraag naar de toepasselijke vrijheid, dient volgens vaste jurisprudentie te worden beantwoord aan de hand van het voorwerp van de betrokken nationale regeling. In het onderhavige geval is de navorderingsaanslag opgelegd ter zake van de opbrengst die werd behaald met de spinnerijtransactie en door de Inspecteur als ondernemingswinst werd belast. Hoewel er op het eerste gezicht iets voor valt te zeggen de vrijheid van vestiging (i.e. art. 45, lid 2, LGO-Besluit) van toepassing te achten, meen ik dat de toepassing van de verlengde navorderingstermijn in de voorliggende casus veeleer is gelegen in de betalings- c.q. kapitaalsfeer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 218524 tot 219302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33 | shasum -a 256