Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 4.31 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.

Artikel 16, lid 4, AWR kwalificeert mijns inziens als een dergelijke maatregel. Uit de zaken X en Passenheim-Van Schoot volgt immers dat een rechtvaardiging voor de verlengde navorderingstermijn onder meer kan worden gevonden in de noodzaak van de bestrijding van belastingfraude. Een dergelijke maatregel valt dan buiten de werkingssfeer van artikel 47, lid 1, LGO-Besluit ‘op voorwaarde dat daarmee deze doelstelling daadwerkelijk en evenredig wordt nagestreefd, hetgeen ter beoordeling van de verwijzende rechter staat’. Het HvJ oordeelde ter zake van de verlengde navorderingstermijn dat de regeling een doeltreffend en evenredig middel vormt zolang de Nederlandse belastingautoriteiten nog niet beschikken over aanwijzingen over het bestaan van de in het buitenland aangehouden bestanddelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 221154 tot 222102.