Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Onder 9.10 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.
- de ondernemingssplitsingstheorie (‘directe methode’ of ‘separate entity method’), die – kort gezegd – inhoudt dat aan de vaste inrichting die winst wordt toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn (de zogenoemde zelfstandigheidsfictie; zie daartoe art. 7, lid 2, OESO-modelverdrag (…). Deze fictie houdt in dat zowel het hoofdkantoor als de vaste inrichting als zelfstandige rechtssubjecten worden aangemerkt en dat zij op arm’s length-basis met elkaar handelen. Daarop bestaan echter enkele uitzonderingen. Zo worden bepaalde betalingen tussen hoofdkantoor en vaste inrichting, zoals interest, royalty’s en service fees, niet in aanmerking genomen als kosten van de vaste inrichting, indien zij niet worden betaald aan derden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 317989 tot 318812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33 | shasum -a 256