Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Onder 9.14 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:787.

Door belanghebbende is betoogd dat de winst niet, althans voor maximaal 10 procent, aan de vaste vertegenwoordiging in Nederland kan worden toegerekend (r.o. 7.32.1). Belanghebbende heeft daartoe aangevoerd dat de werkzaamheden van belanghebbende, die volgens de Belastingdienst de basis vormen voor de aanwezigheid van het samenwerkingsverband [X] / [B] , ‘bureauwerkzaamheden’ zijn (i.e. werkzaamheden die voornamelijk betrekking hebben op het bestuderen van stukken, het opstellen van contracten en andere documenten en het corresponderen met andere participanten en financiële instellingen) waarvoor aanwezigheid in Nederland niet zou zijn vereist en die bovendien zouden zijn verricht vanuit belanghebbendes studeerkamer in België.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 117f6356e3a6b9d0a89dbfcbf19a63482f2d85d4e9a502009562e648d0c77c33, en de alinea staat in dat document op bytes 320870 tot 321692.