Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:8.

Onderdeel 1 van het incidenteel middel is gericht tegen rov. 2.7, 2.14 en 2.16 in het eerste tussenarrest. Onder 1.1 klaagt SCAU dat het hof heeft miskend dat art. 7.66 WHW weliswaar voor studenten een rechtsgang openstelt die eindigt met een uitspraak van het CBHO, maar daarmee niet de gang naar de burgerlijke rechter uitsluit. Dit geldt volgens de rechtsklacht onder 1.2 in ieder geval voor beslissingen van het college van bestuur van de drie bijzondere universiteiten (Vrije Universiteit, Radboud Universiteit en Tilburg University). Onder 1.3 voert SCAU aan dat indien het hof ervan is uitgegaan dat besluiten van deze drie bijzondere universiteiten tot vaststelling van het instellingscollegegeld hebben te gelden als een ‘algemeen verbindend voorschrift’, dat oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting: in verband met hun privaatrechtelijke grondslag kunnen (organen van) bijzondere universiteiten helemaal geen algemeen verbindende voorschriften uitvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3372ff6b9ade3f458f4700afbea175ad3779806a45e0bbbd3ea1c9af59aecb43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3372ff6b9ade3f458f4700afbea175ad3779806a45e0bbbd3ea1c9af59aecb43, en de alinea staat in dat document op bytes 72883 tot 74043.