Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:8.
Onder 1.4 wordt geklaagd dat de door het hof gemaakte gevolgtrekking onjuist is: zoals de Universiteit Leiden in de procedure bij het hof had aangevoerd, kan een student in bezwaar en beroep opkomen tegen het bewijs van inschrijving en daarmee tegen de hoogte van het in dat bewijs vastgelegde bedrag van het verschuldigde instellingscollegegeld. Indien de student in de daarop volgende rechtsgang door het CBHO in het ongelijk wordt gesteld, heeft het niet betalen van het door hem verschuldigde collegegeld slechts tot gevolg dat de inschrijving als student wordt beëindigd . Bovendien hebben de Universiteiten bij het hof aangevoerd dat ingeval de persoon die inschrijving als student verzoekt bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld, de desbetreffende Universiteit, gelet op art. 7.37 WHW, niet tot inschrijving overgaat vóórdat het instellingscollegegeld is voldaan. Zolang het verzoek om inschrijving niet is ingewilligd, is de aspirant-student niet verplicht het instellingscollegegeld te betalen. Indien het instellingscollegegeld dan al betaald is, kan het worden teruggestort. De aspirant-student loopt dus geen risico. Zo nodig, kan de aspirant-student een voorlopige voorziening verzoeken aan de voorzitter van het CBHO.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3372ff6b9ade3f458f4700afbea175ad3779806a45e0bbbd3ea1c9af59aecb43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3372ff6b9ade3f458f4700afbea175ad3779806a45e0bbbd3ea1c9af59aecb43, en de alinea staat in dat document op bytes 115516 tot 116887.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3372ff6b9ade3f458f4700afbea175ad3779806a45e0bbbd3ea1c9af59aecb43 | shasum -a 256