Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016
Onder 11.4 Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:811.
Het verschil tussen de feiten uit art 273f lid 1 sub 1 en sub 4 Sr zit onder meer in het feit dat het voor sub 1 niet nodig is dat het slachtoffer is bewogen zich beschikbaar te stellen voor prostitutie. Als de dwangmiddelen, de gedraging en het oogmerk zijn vastgesteld dan zijn alle delictsbestanddelen vervuld. Oogmerk tot uitbuiting in de prostitutie is voldoende feitelijk omschreven (zie §11.4.1). Anders Rb. Utrecht in een zaak waarin zowel art. 273f lid 1 sub 1 als sub 4 en sub 9 Sr cumulatief ten laste waren gelegd. De rechtbank overweegt dat niet bewezen is dat het slachtoffer is bewogen zich beschikbaar te stellen voor de prostitutie en gaat voorts in op de vraag of het slachtoffer een andere keuze had kunnen maken. Dat is echter voor sub 1 niet relevant. Toch spreekt de rechtbank vrij van de hele tenlastelegging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4cc0876aaef0f0290134b1716645084fe6c109e1b0c06498d20b81d3c9b697. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4cc0876aaef0f0290134b1716645084fe6c109e1b0c06498d20b81d3c9b697, en de alinea staat in dat document op bytes 57824 tot 58670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e4cc0876aaef0f0290134b1716645084fe6c109e1b0c06498d20b81d3c9b697 | shasum -a 256