Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.

Het cassatieverzoekschrift berust op de stelling dat op grond van art. XXXIX van de Wet opheffing bedrijfslichamen de Minister, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van het voormalig Productschap Zuivel, exclusief bevoegd is om met een beroep op de openstaande vordering inzake superheffingen het verzoek tot faillietverklaring in te dienen. Daarmee heeft het cassatiemiddel betrekking op de vraag of, en zo ja, onder welke omstandigheden een minister procesbevoegdheid heeft ( legitima persona standi in iudicio ). Procesbevoegdheid is de bevoegdheid om als formele procespartij in een civiele procedure op te treden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 22177 tot 22842.