Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.10.1 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.

Zo is in het arrest HR 24 juni 1966, NJ 1966/406 ( Staat/Diepeveen ) geoordeeld dat de minister géén procesbevoegdheid toekwam op grond van art. 8 lid 2 Kostwinners-vergoedingsbesluit-militairen. In die bepaling was weliswaar opgenomen: “ Terugvordering in rechte heeft plaats, hetzij door de minister, hetzij door de burgemeester na verkregen machtiging van de minister” , maar dat betekent niet dat de minister in een terugvorderingsprocedure in rechte als procespartij dient op te treden. De Hoge Raad overwoog dat door deze bepaling de minister slechts is aangewezen als “ het orgaan dat bij het voeren van het rechtsgeding voor de Staat optreedt ” en “ dat uit die bepaling in het bijzonder niet kan worden afgeleid dat naar de bedoeling van besluitgever de betreffende rechtsvordering anders dan door en ten name van de Staat zou moeten worden ingesteld” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 31358 tot 32443.