Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.10.2 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.

Ook de 'plaatselijke commissie' - een entiteit die op grond van de Ruilverkavelingswet 1954 als uitvoerder van de ruilverkaveling optrad - bezit geen procesbevoegdheid, zo oordeelde de Hoge Raad (ambtshalve) in HR 10 februari 1984, NJ 1985/102. Overwogen werd dat de Ruilverkavelingswet 1954 geen bepaling bevat op grond waarvan een plaatselijke commissie op eigen naam – als orgaan van een ander wel rechtspersoonlijkheid bezittend overheidslichaam – zou kunnen worden aangesproken ter zake van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Dat volgt ook niet uit art. 51 lid 5 van de Ruilverkavelingswet 1954, waarin was bepaald dat de voorzitter en de secretaris van de plaatselijke commissie ter uitvoering van besluiten van de plaatselijke commissie zo nodig rechtshandelingen kunnen verrichten en in rechte kunnen optreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 32535 tot 33442.