Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.10.5 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.

Ten slotte is nog te noemen HR 24 april 2015, NJ 2015/265 ( Staat/[…] ). Daarin werd beslist dat uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 52a lid 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) – waarin is opgenomen dat het artikel onverlet laat de mogelijkheid voor de inspecteur om een procedure aanhangig te maken bij de burgerlijke rechter strekkende tot een veroordeling tot nakoming van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet – niet blijkt dat de wetgever heeft beoogd om in afwijking van de hoofdregel een exclusieve procesbevoegdheid van de inspecteur te scheppen. In de conclusie van A-G Wattel, waarnaar de HR verwijst, is onder punt 10.9 vermeld dat die totstandskomingsgeschiedenis expliciet vermeldt dat art. 52a lid 4 AWR niets verandert aan de bestaande mogelijkheden die de Belastingdienst heeft om zich tot de burgerlijke rechter te wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 34975 tot 35962.