Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.
Ik merk nog op dat in het cassatiemiddel, behoudens verwijzing naar de wettelijke bepalingen van de Wet opheffing bedrijfslichamen, geen andere argumenten zijn aangevoerd ter verdediging van de stelling dat de Minister procesbevoegdheid heeft. Met name is niet aan de orde het argument dat een uitzondering op de hoofdregel aangewezen is met het oog op een effectieve rechtsbescherming (vergelijk punt 3.7). Dat dit laatste het geval zou zijn, is ook niet in te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 43346 tot 43826.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a | shasum -a 256