Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.

Onder I.3 wordt aangevoerd dat het gestelde in de voorgaande onderdelen ook het slot van rov. 3.6.1 treft, waarin het hof tot uitgangspunt neemt dat uit de Wet opheffing bedrijfslichamen volgt dat de Minister namens de Staat de gestelde vordering kan innen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 46940 tot 47259.