Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.
Onderdeel I.5 houdt in dat voor zover het hof bedoeld zou hebben dat de Minister namens de Staat de vordering kan innen omdat lid 4 van art. XXXIX de woorden 'onderscheidenlijk tegen de staat' bevat, dit van een onjuiste rechtsopvatting getuigt: de bedoelde woorden beogen slechts een derde te behouden voor een wederpartij die geen verhaal biedt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 48551 tot 48959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a | shasum -a 256