Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:837.
Het tweede onderdeel is voorgesteld voor zover moet worden aangenomen dat de Minister in de onderhavige zaak toch namens de Staat de (gestelde) vorderingen kan innen. Het onderdeel klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 3.6.1 dat de Minister blijkens de aanhef van het verzoek in eerste aanleg en in hoger beroep ook namens de Staat heeft opgetreden, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans onbegrijpelijk is. Dit omdat uit de aanhef van de gedingstukken van de Staat niet anders kan worden afgeleid dan dat het de Staat is die deze verzoeken heeft ingediend. Dat de Staat de verzoeken heeft ingediend, heeft het hof zelf ook aangenomen in rov. 2.1, in de eerste volzin van rov. 3.6.1 en in rov. 3.7. Met zijn kennelijke oordeel dat de verzoeken in de onderhavige zaak zijn ingediend namens de Staat, is het hof bovendien buiten het partijdebat getreden en heeft het een ontoelaatbare verrassingsbeslissing gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a, en de alinea staat in dat document op bytes 50084 tot 51099.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0ea38ff6575b8c05f2b2388a15f8d8400b45201a6bbba0929e9b3492c2dbc8a | shasum -a 256