Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Onder 2.12. Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:844.

Art. 40a Wet Bopz schrijft voor dat de patiënt ten aanzien van wie een beslissing wordt genomen waartegen op grond van art. 41 lid 1 een klacht kan worden ingediend, door de zorg van de geneesheer-directeur schriftelijk wordt geïnformeerd over de gronden waarop de beslissing berust, over de mogelijkheid een vertrouwenspersoon in te schakelen en over de mogelijkheid gebruik te maken van de artikelen 41 tot en met 41b . Betrokkene mist belang bij zijn klacht over de twee laatstgenoemde gebreken in de informatievoorziening: hij heeft immers gebruik gemaakt van de mogelijkheden als bedoeld in art. 41, 41a en 41b Wet Bopz en hij heeft zich in de klachtprocedure laten bijstaan door een advocaat. Wat betreft het eerste punt, de gronden waarop de beslissing tot beperking van de bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis berustte: tussen partijen staat vast dat geen schriftelijke beslissing aan betrokkene is uitgereikt. Derhalve ontbrak ten tijde van het indienen van het klaagschrift een schriftelijke motivering van de beslissing. Dat is in strijd met het voorschrift in art. 40a Wet Bopz. Het vereiste van bekendmaking en motivering volgt bovendien uit de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, waaronder art. 3:46 en 3:47 Awb, en indirect uit de bepaling over de aantekening (achteraf) in het patiëntenregister .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27, en de alinea staat in dat document op bytes 22408 tot 23880.