Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 2.13. Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:844.
In het aanvullend klaagschrift (blz. 1 onder a) is namens betrokkene geklaagd over het ontbreken van een schriftelijke, met redenen omklede mededeling van de beslissing. Die klacht is ook vermeld in een tussenbeslissing van de klachtencommissie op 10 augustus 2015, maar door de klachtencommissie verworpen zonder kenbaar daarop in te gaan. In het verzoekschrift dat namens betrokkene bij de rechtbank is ingediend, heeft betrokkene zijn klacht gehandhaafd onder verwijzing naar het (aanvullend) klaagschrift. Derhalve had de rechtbank ook een beslissing behoren te geven op dit gedeelte van de klacht. De rechtbank is kennelijk ervan uitgegaan dat de vereiste motivering van de beslissing achteraf alsnog aan betrokkene bekend kon worden gemaakt: de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater heeft ter zitting van de rechtbank mondeling toegelicht waarom betrokkene in zijn bewegingsvrijheid is beperkt (zie blz. 3 van de bestreden beschikking). Indien de rechtbank hierbij een overeenkomstige toepassing van het bepaalde in art. 6:22 Awb voor ogen zou hebben gehad – uit de bestreden beschikking blijkt dat overigens niet −, verdraagt de door art. 40a e.v. Wet Bopz beoogde rechtsbescherming zich daarmee niet: aan een klacht kan door de patiënt en zijn rechtshulpverlener bezwaarlijk inhoud worden gegeven voordat een motivering van de beslissing bekend is. In dit geval was er temeer reden om niet te volstaan met een mondelinge motivering achteraf: de rechtbank richt zich niet alleen op de grond in art. 40, lid 3 onder b (orde binnen de inrichting; voorkómen van strafbare feiten) die tot op zekere hoogte nog kan worden verondersteld door de betrokkene die aan een dergelijk onderzoek is onderworpen, maar ook op art. 40, lid 3 onder a, Wet Bopz. Het middelonderdeel slaagt, zodat de bestreden beschikking op dit punt niet in stand kan blijven. Op zichzelf zou denkbaar zijn dat de Hoge Raad de zaak zelf afdoet, door de inleidende klacht uitsluitend ten aanzien van het geschonden vormvoorschrift (motiveren en bekendmaken van een schriftelijke beslissing) alsnog gegrond te verklaren. Voor een beoordeling van het tevens ingediende verzoek tot schadevergoeding is echter onderzoek van feitelijke aard nodig, zodat verwijzing meer in de rede ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27, en de alinea staat in dat document op bytes 23961 tot 26243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27 | shasum -a 256