Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Onder 2.15. Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:844.

Bij de behandeling in eerste aanleg heeft de jurist van de kliniek gezegd dat de grondslag voor het beperken van de bewegingsvrijheid kan worden gevonden in art. 40 lid 3 Wet Bopz met inachtneming van de huisregels, neergelegd in de beleidsnota BOPZ van deze kliniek . Omdat de advocaat van betrokkene deze nota niet kende, heeft de rechter bepaald dat dit stuk door de instelling zou worden nagestuurd, waarna de advocaat diezelfde middag daarop zou mogen reageren. Aldus is geschied op 6 november 2015. De rechtbank heeft de reactie (per fax) van betrokkene op de beleidsnota meegewogen in haar beslissing. De rechtbank constateert dat de advocaat de gelegenheid om zich over de beleidsnota uit te laten heeft aangegrepen om “nieuwe argumenten en stellingen aan te dragen die los staan van de inhoud van genoemde beleidsnota”. De rechtbank acht dit laatste in strijd met beginselen van een goede procesorde en heeft, omdat het ziekenhuis geen gelegenheid meer heeft om daarop te reageren, van de inhoud van die brief buiten beschouwing gelaten al hetgeen niet betrekking had op de nagestuurde beleidsnota (blz. 3 Rb).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f41ba3012aa91488e87e2e727f96ff71e3257d0ce7e8afa168570b7ecdcbf27, en de alinea staat in dat document op bytes 26617 tot 27816.