Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 3.4.2 Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:847.
Indien de eiser ten onrechte geen advocaat heeft gesteld, biedt de rechter hem gelegenheid om binnen een door hem te bepalen termijn alsnog advocaat te stellen, zo volgt uit art. 123 lid 1 Rv. Nu wordt deze bepaling door art. 418a Rv in cassatie niet van overeenkomstige toepassing verklaard, maar dat is niet van belang, zo blijkt uit het arrest van Uw Raad van 10 juli 2009:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4366471aaca4382c959d2b360fd5ec89e68bcd4eea078257ec7b26c9998129f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4366471aaca4382c959d2b360fd5ec89e68bcd4eea078257ec7b26c9998129f0, en de alinea staat in dat document op bytes 31872 tot 32325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4366471aaca4382c959d2b360fd5ec89e68bcd4eea078257ec7b26c9998129f0 | shasum -a 256