Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:851.
Gegeven de wettelijke grondslag van de verplichtstelling van deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds ligt het niet voor de hand het recht op pensioen aan te merken als “voortvloeiend uit een arbeidsovereenkomst”. Van vrijwilligheid/contractsvrijheid is geen sprake. In zoverre lijken de pensioenpremies op loonbelasting en premies voor de sociale zekerheid. Uit art. 7:663 en 7:664 BW volgt alleen dat de werknemers hun aanspraken behouden (punt 1.1). Blijkens de wetsgeschiedenis heeft art. 7:664 lid 2 BW slechts tot doel het “voorkomen van onduidelijkheid over de verhouding tussen de verplichtingen uit hoofde van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds ten opzichte van het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek” (punt 1.2). De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 3 februari 2012 de vordering van het bedrijfstakpensioenfonds als een wettelijke vordering aangemerkt (punt 1.3). Dit betekent dat een op de Wet Bpf 2000 gebaseerd pensioen niet behoort tot de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. De wettelijke fictie van art. 2 lid 2 sub a PW maakt dit niet anders. Die fictie brengt niet mee dat voor de toepassing van art. 7:663 BW een op grond van de Wet Bpf 2000 verplichtgesteld pensioen gelijkgesteld moet worden met een pensioenovereenkomst (punt 1.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9, en de alinea staat in dat document op bytes 78734 tot 80148.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9 | shasum -a 256