Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:851.
Voor wat betreft de rechtsbetrekking tussen een pensioenfonds en zijn deelnemers is voor deze zaak tot slot nog het volgende van betekenis. Een pensioenfonds mag – anders dan een pensioenverzekeraar – de pensioenopbouw niet afhankelijk maken van de vraag of de werkgever de premie heeft betaald. Een premieachterstand raakt de individuele deelnemer dus niet rechtstreeks, maar zij kan gelet op de bepalingen over het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen wel (indirect) de deelnemers gezamenlijk raken. Voor een algemene beschrijving van dat financieel toetsingskader verwijs ik naar de conclusie van mijn ambtgenoot Timmerman voor het arrest van Uw Raad van 10 juni 2016 inzake het pensioenfonds van Alcatel. Voor de onderhavige zaak is van belang dat de technische voorzieningen van het pensioenfonds (kort gezegd: de bedragen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de toekomstige pensioenverplichtingen ) door waarden moeten worden gedekt (art. 133 PW) en dat het pensioenfonds verder ingevolge art. 131 en 132 PW financiële buffers moet aanhouden. De financiële positie van een pensioenfonds wordt aangeduid aan de hand van de verhouding tussen het vermogen ten behoeve van de pensioenregeling en de technische voorzieningen van een pensioenfonds (de dekkingsgraad, zie art. 1 PW). De gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden wordt de beleidsdekkingsgraad genoemd (art. 133a PW). Een premieachterstand moet door het pensioenfonds uit de eigen middelen worden aangevuld en gaat dus ten koste van het eigen vermogen. Als het pensioenfonds vijf maal aaneengesloten een beleidsdekkingsgraad heeft die lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen, dan moet het pensioenfonds binnen zes maanden maatregelen nemen (art. 140 PW). Eén van die maatregelen kan (wanneer geen realistische kans bestaat op herstel en alle overige sturingsmiddelen, behalve beleggingsbeleid, reeds zijn ingezet) bestaan uit een korting op de pensioenen (art. 134 PW). Op die manier kan het uitblijven van premiebetaling dus uiteindelijk een rol spelen bij de beslissing om de pensioenen te korten. Dan worden de deelnemers gezamenlijk indirect wel degelijk door de premieachterstand geraakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9, en de alinea staat in dat document op bytes 85096 tot 87630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d1454832e04a029a7eab09ae2996524ab21b9aa60cb50120e4dbb1821db17d9 | shasum -a 256