Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 juli 2016

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 20 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:855.

Maar dit is mijns inziens kunst- en vliegwerk, dat voorkomen kan worden door belanghebbendes bezwaar 2010 gewoon ontvankelijk te achten. Ook los daarvan rijzen de vragen waarom er moeilijk gedaan moet worden en wat er tegen is om de rechtszekerheid en de eenvoud te dienen en reeds bij de beoordeling van het jaar 2010 het kennelijk bestaande geschil over de mogelijkheid van reservevorming in dat jaar te beslissen. Lubbers acht het (zie 4.6) ‘niet meer van deze tijd’ dat onzekerheid daarover boven de markt blijft hangen en dat belastingplichtigen veel sneller zekerheid moeten krijgen over de elementen van de fiscale winstbepaling. Van den Dool c.s. (zie 5.3) benadrukken het grote voordeel dat de belanghebbende meer en eerder zekerheid krijgt over de grootte van het verlies in een bepaald jaar. Voor elke niet-fiscaal gedeformeerde burger aan wie de temporele limitering van verliesverrekening en de ratio van de herbestedingsreserve worden uitgelegd, zal ook duidelijk zijn dat de belanghebbende minstens een rechtszekerheidsbelang heeft bij beslechting van de discussie over waardering en herbestedingsreservering reeds in 2010. Ook proceseconomisch verdient het mijns inziens de voorkeur om de discussie in 2010 te beslechten, anders zitten we er in 2011, 2012 of 2013 alsnog mee.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43c698d23487971a98c372dc3b6f5fad6aa0b01b337e995452d130658e5ef0ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43c698d23487971a98c372dc3b6f5fad6aa0b01b337e995452d130658e5ef0ea, en de alinea staat in dat document op bytes 64441 tot 65750.