Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2016
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:858.
De nationale wet voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid dat de rechtbank de beslistermijn van vier weken overschrijdt indien een deskundige wordt gehoord op verzoek van de betrokkene. Het voortduren van de vrijheidsbeneming in afwachting van het horen van de deskundige berust dus op de wet. Binnen vier weken nadat de benoemde deskundige de opdracht als onuitvoerbaar aan de rechtbank had teruggegeven, heeft de rechtbank de eindbeslissing genomen. De rechtbank kan een machtiging tot voortgezet verblijf verlenen voor de duur van ten hoogste één jaar, gerekend vanaf de dagtekening van de beschikking; zie art. 17 lid 4 Wet Bopz. De rechtbank heeft deze maximumtermijn niet overschreden. Dat de rechtbank geen termen aanwezig heeft geacht om (onverplicht) dagen in mindering te brengen op de wettelijke maximumduur, behoefde geen nadere motivering, gelet op de in alinea 2.3 hiervoor aangehaalde beschikking van de Hoge Raad van 23 februari 1996. Het eerste gedeelte van de klacht stuit hierop af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f910f14bde8a86009c33aaca41825dc9fde636b1c003a3138336400d4aca4c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f910f14bde8a86009c33aaca41825dc9fde636b1c003a3138336400d4aca4c1, en de alinea staat in dat document op bytes 20737 tot 21754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f910f14bde8a86009c33aaca41825dc9fde636b1c003a3138336400d4aca4c1 | shasum -a 256