Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:860.
Het is niet zonder meer duidelijk waarom de rente zou moeten worden vastgesteld op de helft van de wettelijke handelsrente in de zin van art. 6:119a en 6:119b BW. Deze rente is hoog – de door de ECB vastgestelde herfinancieringsrente plus zeven respectievelijk, vanaf 16 maart 2013, acht procentpunten (art. 6:120 lid 2 BW) − teneinde schuldenaren aan te sporen hun contractuele geldschulden tijdig te betalen. Dit aansporende element ontbreekt bij de wettelijke rente van art. 6:119 BW, dat voorziet in een gefixeerde schadevergoeding bij te late betaling van een geldsom. Voor een aansporing is echter geen reden indien CIA, zoals het hof overwoog, betaling terecht opschort.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a1528136ec398065a163c8d0d4f0be607ec9d65adeb78e2dc24610cb8a95f2f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a1528136ec398065a163c8d0d4f0be607ec9d65adeb78e2dc24610cb8a95f2f, en de alinea staat in dat document op bytes 70908 tot 71731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a1528136ec398065a163c8d0d4f0be607ec9d65adeb78e2dc24610cb8a95f2f | shasum -a 256