Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.24 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.

Dit brengt ons wel iets verder. Het hangt af van de omstandigheden. Het lijkt niet te gewaagd te veronderstellen dat “nevenvordering”-achtige materie niet – of beter: nog niet – behoeft te worden overgelegd aan de beslaglegger als de geldigheid van en inbreuk op het ingeroepen IE-recht niet (althans niet voorshands) voldoende aannemelijk zijn. Dat is het maatwerk dat in Engeland & Wales lijkt te kunnen worden verschaft. Een voorbeeld van deze voorzichtige proportionaliteitsbenadering geeft Hoffmann J in een al wat oudere zaak over concurrentie door een ex-werknemer, Lock International Plc v. Bewick in het recente handboek van Gee als volgt geciteerd in 17-016:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 62435 tot 63226.