Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.

“4.21 De hiervoor aangehaalde uitspraken (…) zien op de situatie waarin het beslagen materiaal van belang is voor het vaststellen van de inbreuk in technische zin – dus in een octrooizaak de vraag of de aangevallen werkwijze of het aangevallen voortbrengsel valt onder de beschermingsomvang van het octrooi. De ratio voor het hanteren van een lagere drempel voor aannemelijkheid van de gestelde inbreuk dan in kort geding is daarin gelegen, dat het materiaal waarin inzage of waarvan afschrift wordt gevorderd nu juist nodig is om die gestelde inbreuk daarmee te staven. Met andere woorden, indien voldoende rechtmatig belang bestaat bij de gevorderde inzage, bestaande uit het kunnen staven van een gestelde inbreuk, dan moeten aan de voorwaarde van het bestaan van een rechtsbetrekking – gevormd door diezelfde inbreuk – niet te hoge eisen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 20213 tot 21095.