Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.

Ten tweede: art. 392 lid 1 Rv vereist dat een antwoord op de aan Uw Raad voorgelegde vragen nodig is om op de desbetreffende vordering(en) te beslissen . De onderhavige inzagevordering, waaraan Astellas een beroep op art. 843a Rv (en art. 1019a Rv) ten grondslag heeft gelegd, kan alleen worden toegewezen indien aan drie cumulatieve vereisten is voldaan: (i) Astellas heeft een rechtmatig belang, (ii) de vordering heeft betrekking op bepaalde bescheiden, en (iii) er is sprake van een rechtsbetrekking in de zin van die bepaling. De prejudiciële vragen hebben alleen betrekking op (i) en (iii). Synthon heeft ook gegriefd tegen het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat aan vereiste (ii) is voldaan. Dat vermeldt het hof bij tussenarrest in rov. 4.4, maar een expliciete beoordeling van die grief ligt nog niet voor in tussen- of verwijzingsarrest. De beslagen documentatie die Astellas zou willen inzien betreft “mogelijk relevante” (digitale) bestanden uit Synthons computersysteem en administratie. Hoewel dit verweer ook als een kennelijke chicane kan worden gezien, valt niet helemaal uit te sluiten dat de inzagevordering van Astellas uiteindelijk op het bepaalbaarheidsvereiste afstuit en dan is een strikte visie mogelijk dat niet kan worden gezegd dat een antwoord op de aan de Uw Raad voorgelegde vragen nodig is om op de eis of het verzoek te beslissen . Bij dergelijke alsdan als prematuur aan te merken vragen is door Uw Raad al eens van behandeling afgezien zodat de lagere rechter een zodanig verweer eerst kon beoordelen en de vraag – die zich als zodanig wel voor beantwoording bij prejudiciële beslissing leende – zo nodig andermaal kon worden voorgelegd (vgl. HR 31 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1614, NJ 2013/321). Dit wordt door Synthon blijkens haar schriftelijke opmerkingen niet bepleit en gelet op het grote belang van de gestelde vragen voor de praktijk, zou ik dat ook bepaald niet willen voorstaan. Een andere beschouwing kan immers heel goed zijn dat dit verweer door het hof impliciet is verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 27476 tot 29667.