Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.
Van een rechtsbetrekking in de zin van art. 843a Rv zal dus sprake zijn indien Astellas zodanige feiten en omstandigheden heeft gesteld en met reeds voorhanden bewijsmateriaal heeft onderbouwd dat voldoende aannemelijk is dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt. Anders geformuleerd: uit de door eiser gestelde en zo mogelijk met bewijsmateriaal gestaafde feiten en omstandigheden moet een redelijk vermoeden van (dreigende) inbreuk kunnen worden afgeleid. Wat “voldoende aannemelijk” is, valt niet in algemene zin te zeggen, waarbij uitgangspunt is dat niet (altijd; zie hierna) de kort geding drempel gehaald behoeft te worden. Voor verdere verfijning van een antwoord op de eerste vraag zie ik geen aanleiding. De eerste prejudiciële vraag zou vrijwel zeker niet gesteld zijn, als AIB/Novisem al zou zijn gewezen ten tijde van het wijzen van het verwijzingsarrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 40480 tot 41444.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8 | shasum -a 256