Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.
Het gaat altijd om een belangenafweging en bescherming van vertrouwelijke informatie is een gewichtige reden, waartegen inzage het kan afleggen bij onvoldoende aannemelijk maken van inbreuk, als inzage niet nodig is voor het bewijzen van het bestaan van materiële inbreuk en de bewijsnood zodoende van andere aard is dan om de inbreuk zelf te kunnen bewijzen. Wordt de kort geding drempel niet gehaald, dan is inzage in zo’n geval geen evenredige maatregel en komt de rechtmatig belangtoets in zicht. Zoals ook al uiteengezet in mijn conclusie voor AIB/Novisem in 2.16, moet uit het uitschakelen van art. 843a lid 4 Rv door art. 1019a lid 3 Rv niet worden afgeleid dat gewichtige redenen bij toepassing van art. 1019a Rv niet kunnen leiden tot afwijzing van de exhibitievordering .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 47555 tot 48450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8 | shasum -a 256