Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:866.
Uitgangspunt in onze markteconomie is dat zo vrij mogelijke concurrentie kan plaatsvinden, behoudens erkende uitzonderingen daarop. Die uitzonderingen moeten wel voldoende hard gemaakt zijn, willen zij voorrang krijgen. Er moet ten minste aannemelijk zijn dat sprake is van een geldig octrooi (in ons geval) en van handelen dat onder de beschermingsomvang daarvan valt. Als het octrooi nietig is, bestaat er rechtens geen aanspraak op “snuffelen” in “bewijs” of een marktpartij/concurrent betrokken is bij handelingen die onder de beschermingsomvang van dat vermeende (maar vanwege de nietigheid niet bestaande) recht vallen. Dat is buiten de orde. Dit past in het geëvolueerde moderne denken over IE-rechten als grondrechten die in beginsel gelijkwaardig zijn aan andere grondrechten, zoals de vrijheid van ondernemen. In zo’n beschreven geval van nietigheid is er geen ruimte voor de bepleite uitzondering. Dat wordt niet principieel anders als de gestelde inbreuk niet voldoende aannemelijk is gemaakt. Ook dan is er geen aansprekende aanleiding om “privacy-inbreuk” in de vorm van inzage toe te laten, omdat er geen rechtsinbreuk plaatsvindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8, en de alinea staat in dat document op bytes 48530 tot 49705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef82db5e59a571fd4f5b3566db666046af6077472c7b202adb672ea3e58b6bf8 | shasum -a 256