Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:871.

“De intervallen tussen de verschillende oogheelkundige onderzoeken zijn afhan-kelijk van het beeld van het netvlies dat de oogarts aantreft. Ze zijn meestal één of twee weken, of korter wanneer de oogarts het netvlies niet vertrouwt. Toen daad-werkelijk onderzoek op 25 juni niet mogelijk bleek zou herhaling van het onderzoek op een kortere termijn, bijv. binnen één week, in de rede hebben gelegen. Bij [eiseres 1] heeft het tweede, maar feitelijk eerste succesvolle, onderzoek pas twee weken later, op 9 juli, plaatsgevonden. Een eerste screening op de leeftijd van 8 weken is aan de late kant. (…) Gesteld moet [dan ook] worden dat door de oogarts, vanaf het moment dat hij de ogen van [eiseres 1] daadwerkelijk kon onderzoeken, adequaat is gehandeld. (…) Ons antwoord op de vraag of de behandelend artsen van [eiseres 1] bij (het tijdstip van de) controle en de behandeling van de ROP zorgvuldig gehandeld hebben luidt dus positief. Immers, de eerste afspraak werd tijdig gemaakt en bij het vaststellen van stadium 3b, 2 weken later, heeft ook de juiste behandeling plaatsgevonden. Wij maken echter wel de aantekening dat, wanneer de tweede controle eerder dan op 9 juli zou zijn uitgevoerd, de behandeling mogelijk eerder zou hebben plaatsgevonden en de afloop wellicht beter zou zijn geweest. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e5d8c7755b4cb1b3f24bb56d32b4fa50e01a057903270abd70d83168ee015a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e5d8c7755b4cb1b3f24bb56d32b4fa50e01a057903270abd70d83168ee015a9, en de alinea staat in dat document op bytes 19063 tot 20391.