Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:873.

De onder 2.1.5 van de cassatiedagvaarding geschetste praktische problemen bij het voortduren van de rechtstoestand van het faillissement totdat de vernietiging kracht van gewijsde verkrijgt, doen zich inderdaad voor, maar zijn tot op zekere hoogte eigen aan iedere situatie waarin de rechter een oordeel geeft dat nog geen kracht van gewijsde heeft verkregen. Het hof had om die reden niet tot een ander oordeel behoeven te komen. De bijzonderheid in deze kwestie is dat de uitvoerbaar bij voorraadverklaring, zoals bewerkstelligd door art. 4 lid 5 Fw, niet wordt aangetast door de vernietiging van de faillietverklaring. Die afwijking van het normale regime met betrekking tot constitutieve vonnissen wordt mogelijk gemaakt door de art. 13 en 15 Fw. Voor zover het middelonderdeel bedoelt te betogen dat het stelsel van de art. 13 en 15 Fw te weinig oog en aandacht heeft voor de praktijk waarin een vernietigde, maar nog niet in kracht van gewijsde gegane, faillietverklaring ertoe kan leiden dat de bedrijfsvoering wordt gefrustreerd en door een ander stelsel zou moeten worden vervangen, zou ik menen dat een dergelijk oordeel de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat. Een dergelijke afweging zou, gegeven de inherente beleidsmatige vragen waar men dan tegenaan loopt, het beste door de wetgever kunnen worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3, en de alinea staat in dat document op bytes 55732 tot 57143.