Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:873.
Ik stel bij het navolgende voorop dat het hof een voorshands oordeel heeft gegeven, passend bij het feit dat het een kortgedingprocedure betreft. Een oordeel in een kort geding kan geen afbreuk doen aan de bodemprocedure. Om te komen tot een definitieve vaststelling van de materiële rechtsverhouding zijn partijen aangewezen op een bodemprocedure. Weliswaar is de kortgedingrechter gebonden aan het recht, maar gelet op de aard van het kort geding geeft hij slechts een voorshands oordeel over die materiële rechtsverhouding. Hij loopt als het ware vooruit op de uitkomst in de bodemprocedure. De uitkomst in een kort geding is dus niet alleen afhankelijk van het toepasselijke recht, maar ook van de belangenafweging van de kortgedingrechter. Kan hij, gegeven een onzekere juridische situatie, komen tot het treffen van een bepaalde voorziening, of zou hij door het treffen van die voorziening afbreuk doen aan de bodemprocedure?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3, en de alinea staat in dat document op bytes 24000 tot 25011.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3 | shasum -a 256