Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:873.

A-G Ten Kate en Uw Raad kozen voor de eerste optie, hoewel de tweede optie beter zou aansluiten bij genoemde hoofdregel, bij het arrest van Uw Raad van 30 oktober 1981, NJ 1982/13 én bij art. 424 Rv waaruit immers blijkt dat de behandeling van de zaak na verwijzing wordt voortgezet . Tegelijkertijd, maar ook dat bevestigt eerder de juistheid van de tweede optie, maakt Uw Raad de inhoudelijke beslissing over de kosten afhankelijk van de uitkomst na verwijzing. Dat Uw Raad toch voor de eerste optie heeft gekozen, zou verklaard kunnen worden door art. 15 lid 3 Fw, welk artikellid niet uitdrukkelijk ziet op vernietiging van de faillietverklaring in cassatie met verwijzing. Art. 15 lid 3 Fw is blijkens de toelichting geschreven voor situaties waarin sprake is van ‘definitieve vernietiging van een uitgesproken faillissement’. Daarom was het beter geweest de lacune, volgens annotator Wachter, als volgt op te vullen: de rechter naar wie wordt verwezen handelt conform art. 15 lid 3 Fw wanneer het faillissement tenminste uit de wereld geholpen wordt. Het arrest van Uw Raad van 22 oktober 1940, NJ 1941/431 zou niet met het door Wachter betoogde in strijd zijn omdat de feitenconstellatie geheel anders is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3, en de alinea staat in dat document op bytes 34732 tot 36130.