Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.13 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:873.

In het voorliggende geval heeft de curator gehandeld in het tijdsbestek tussen de uitspraak houdende de vernietiging van de faillietverklaring en de verwerping van het daartegen gerichte cassatieberoep. Of een dergelijk optreden in het belang van de boedel en de schuldenaar was en of de curator daarmee zijn bevoegdheden heeft overschreden, ligt in cassatie niet voor. Wat wel voorligt, is de door middelonderdeel 2.1 voorgelegde vraag of het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de beschikkingshandelingen van de curator na de vernietiging, maar voordat deze vernietiging in kracht van gewijsde is gegaan, op voet van art. 13 Fw hebben te gelden als rechtsgeldige, als waren zij van de schuldenaar afkomstige, beschikkingshandelingen. Mij dunkt dat het hof door aldus te oordelen niet is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Zowel in de wet (art. 13 en 15 Fw), de wetsgeschiedenis, de literatuur als de jurisprudentie van Uw Raad wordt duidelijk naar voren gebracht dat het moment waarop de handelingen van de curator niet meer aan de schuldenaar kunnen worden tegengeworpen, het moment is waarop de vernietiging van de faillietverklaring kracht van gewijsde verkrijgt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3, en de alinea staat in dat document op bytes 43382 tot 44646.