Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:873.

Ik teken bij het voorgaande wel aan, dat het hof in rov. 4.8 de koppeling die art. 13 Fw met art. 15 Fw maakt, achterwege laat. Hoewel het hof materieel tot het mijns inziens juiste eindresultaat komt, had het hof beter, in plaats van te wijzen op het stelsel van de Faillissementswet, verwezen naar het samenspel tussen de artikelen 13 en 15 Fw. Dat had volstaan. Niettegenstaande deze omweg van het hof kan de bestreden uitspraak in stand blijven. Goederenrechtelijk gezien heeft het handelen van de curator er dus toe geleid dat [eiseres] haar eigendomsrecht op de door de curator vervreemde boedelbestanddelen is verloren, of, gelet op art. 3:84 BW, beter: heeft overgedragen. Dat een dergelijke uitkomst in strijd zou zijn met de rechtszekerheid ben ik niet met [eiseres] eens. Het stelsel van de Faillissementswet is er immers op gebaseerd dat een uitgesproken faillietverklaring de rechtstoestand van het faillissement doet ontstaan. Het daarmee gelegde algemeen vermogensbeslag blijft rusten na de vernietiging van de faillietverklaring in appel, tot het moment waarop de vernietiging van de faillietverklaring in kracht van gewijsde gaat. Dat is vervolgens het moment waarop de vernietiging wordt aangekondigd en vanaf dát moment kan het handelen van de curator niet meer aan de schuldenaar worden tegengeworpen. Bovendien worden derden vanaf dat tijdstip geacht ermee bekend te zijn dat beheer en de beschikking over de vermogensbestanddelen behorend tot de boedel weer zijn komen te rusten bij de schuldenaar. In tegenstelling tot hetgeen wordt betoogd in de cassatiedagvaarding, p. 9, wordt een nog niet in kracht van gewijsde gegane vernietiging niet aangetekend in het faillissementsregister. In dat register wordt enkel opgenomen dat er een faillietverklaring is uitgesproken en eventueel dat er tegen die faillietverklaring een rechtsmiddel is ingesteld. Art. 15 Fw voorziet er juist in dat de curator noch de griffier van de rechtbank waar het faillissementsregister wordt aangehouden kennis krijgt van de vernietiging totdat deze in kracht van gewijsde is gegaan. Eerst na dat moment kan de faillietverklaring in het register worden doorgehaald. Dat het in de onderhavige zaak anders is verlopen (zie hiervoor onder 4.10), maakt niet dat de uitkomst ook materieel gezien anders zou moeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdb67d920c879cf63580ffb9938d5ea22611e6e7273817de2a6a576d7b1da6e3, en de alinea staat in dat document op bytes 44726 tot 47116.