Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:88.

Het Hof van Justitie heeft in rechtsoverweging 39 van het arrest ‘PreussenElektra A.G.’ (zaak C-379/98 d.d. 13 maart 2001) kenbaar gemaakt geen antwoord te hoeven te geven op hypothetische vragen. Dit brengt met zich mee dat als een bepaald feitencomplex (dienst) leidt tot een prejudiciële vraag over bijvoorbeeld de toepassing van artikel 26 btw‑richtlijn en door het Hof van Justitie binnen die gegeven uitgangssituatie wordt beantwoord, dit antwoord niet kan worden beschouwd als een antwoord op een vraag over de toepassing van bijvoorbeeld artikel 24 btw-richtlijn op hetzelfde feitencomplex (dienst). Immers, de niet gestelde prejudiciële vraag over artikel 24 van de btw-richtlijn zou feitelijk als een hypothetische vraag moeten worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21b0d56832cd995481bcc42c62e111db45928e84bdffdf436393eb0188a5eed4, en de alinea staat in dat document op bytes 83145 tot 83921.